Van vrijdagse couscous tot Tipaza's ruïnes — de Algerijnse kust onthult haar juwelen voor de roep van Djanet.
Redactionele noot: dit artikel sluit de drieluik af gewijd aan de reis van Delphine Sellami naar Algerije, het land van haar vader. Lees Deel 1/3 en Deel 2/3 . Mijn reis door Algerije werd geritmeerd door de warmte van het thuisfront en de roep van de open zee. Het anker van die overweldigende week blijft die beroemde vrijdag. In Algerije is vrijdag de heilige dag — van het gebed, van het samenkomen, van de gedeelde maaltijd. Mijn tante had een monumentale couscous bereid, gekookt met een liefde en een diepte van smaak die ik nooit zal vergeten. Rond dat gerecht, in het vrolijke rumoer van mijn herontdekte familie, voelde ik ten volle hoe geworteld ik hier was. Maar om Noord-Algerije te begrijpen, moet je ook onophoudelijk naar de zee kijken. De zon kantelt in de Middellandse Zee — een dagelijks ritueel aan de Algerijnse kust. Tipaza: de poëzie van zee en land Mijn neven en nichten namen me mee naar de kust, richting Tipaza. De weg zelf is een schouwspel, waar de groene natuur, de bomen en de Middellandse Zee elkaar antwoorden. Tipaza is een plek van verbluffende, poëtische schoonheid. De Romeinse ruïnes storten er letterlijk in het lauwe water. Op weg naar Tipaza waakt de parasolden over de wijngaarden en de zee. We gingen aan tafel in een visrestaurant met uitzicht op de golven. Daar proef je de vangst van de dag in meesterlijke eenvoud. Daar zit de charme van Algerije: een nog ongeschonden vorm van toerisme. Anders dan in Marrakech, waar de internationale toeristische…